Oregional werkt stapsgewijs aan circulaire voedselketen"/>

Oregional werkt stapsgewijs aan circulaire voedselketen

Oregional werkt stapsgewijs aan circulaire voedselketen

 

Geplaatst op 22 april 2020

Interview met Gerard Titulaer – Oregional

Oregional is een coöperatie rondom Nijmegen die al jaren stapsgewijs aan de weg timmert. Recent kwam het nieuws dat Oregional de aanbesteding van de Radboud Universiteit heeft gewonnen! In dit uitgebreide interview vertelt Gerard Titulaer over Oregional, de effecten van Corona en de plannen voor de toekomst.

Hoe is het bij jullie nu in tijden van Corona?
Gerard vertelt hoe groot de terugval is: “Zo’n 70% van onze omzet is weggevallen nu de horeca en catering stil ligt. Ook restaurants in bijvoorbeeld ziekenhuizen en de Radboud Universiteit hebben geen bezoekers. Al die klanten zijn out of business. Het leveren aan zorginstellingen gaat wél gewoon door.
We gaan ervan uit dat de afzet naar deze horeca, ziekenhuizen en cateraars op z’n vroegst na de zomer weer voorzichtig op gang komt, maar dat is koffiedik kijken. Hoewel we de nodige maatregelen hebben getroffen om onze vaste kosten te beperken, blijven de financiële vooruitzichten natuurlijk vrij dramatisch. Het is de vraag wanneer we weer op onze oude afzet zitten. Ik ben bang dat een deel van de horeca zal omvallen. Voor onze ondernemers zijn de effecten heel verschillend. Ze zijn een groot deel van de afzet kwijt en zoeken hoe ze kun product kunnen kwijtraken voor een acceptabele prijs. Dit jaar zouden we voor het eerst dividend aan de leden betalen, maar dat lukt niet vanwege de verliezen die we nu leiden. We hebben een gezonde buffer, maar die slinkt nu natuurlijk snel.”

En nu?
“Onder stoom en kokend water hebben we onze website en diensten aangepast zodat ook consumenten via het systeem kunnen bestellen. Het bedienen van de consumentenmarkt was al langer een voornemen, maar dat hadden we graag doordacht en stapsgewijs willen doen.
We hebben nu in 1 á 2 weken tijd tegen zo min mogelijk kosten een werkende dienst gerealiseerd. De verkopen aan consumenten zijn net gestart. We hebben nu via zo’n 20 bestellingen per dag, dat moet uiteindelijk naar 200 toe.”

Kan jullie B2B concept zo maar over naar consumenten?
“De meeste faciliteiten, zoals koelruimte en logistiek, kunnen we met beperkte aanpassingen geschikt maken voor de consumentenmarkt. Het gaat ook om dezelfde ondernemers en hetzelfde assortiment. Echter de productvolumes veranderen natuurlijk wel. Een consument denkt meer aan een kilo appels dan aan een kistje. In ons huidige bestelsysteem voeren we zo’n 2.500 producten (80% uit de eigen regio en ca 20% producten uit de rest van Nederland en daarbuiten). Je kunt je voorstellen hoeveel werk het is om dat aan te passen.
Toch zijn de verschillen qua techniek achter de schermen niet zo groot. Vóór de schermen is veel meer verschil, ”zo vertelt Gerard. “Voor B2B klanten is het verhaal en de herkomst belangrijk, maar het grootste deel van dat verhaal kunnen we vertellen in de persoonlijke contacten. Bij een consument werkt dat anders. Voor hen moet de website veel vollediger zijn en meer het verhaal vertellen. Dat is nog een hele klus en gaat niet allemaal in één keer.”

Gerard Titulaer: “Waar je normaal een jaar nodig hebt,
doen we het nu in 2 weken… “

De chauffeurs pakken nu de bestellingen in.
“Het is eigenlijk een prima periode om een pilot te doen. Onze chauffeurs maken nu bijvoorbeeld de bestellingen klaar. Zij hebben tijd over. We moeten van de nood een deugd maken. Liefst hadden we de consumentenmarkt meer gestructureerd aangepakt en ook nog een verkenning gedaan naar behoeften. Nu benutten we deze periode om werkendeweg het concept uit te werken. We moeten leren wat voor klanten het betreft, wat hun wensen zijn en hoeveel ze nodig hebben. Ook werken we aan de juiste informatie voor hen. Ze snappen heel goed dat we nu aan het improviseren zijn en dat dat tijd kost. Waar het normaal een jaar kost, doen we het nu in 2 weken… “

Als je wél langer de tijd hebt, wat zie je voor je dan qua consumenten-concept?
Gerard heeft een helder beeld waar het naar toe moet. “Wij gaan een complete regionale kringloop opbouwen. We willen ons onderscheiden en doen wat anderen niet zomaar kunnen. Het is namelijk een feit dat een korte keten of regionaal product door iedereen kan worden geclaimd. Dat gaat niet altijd goed. Ik heb serieus meegemaakt dat een restaurant zei: ‘ja, regionaal, bij de Jumbo hier om de hoek’.”
“Ons doel is veel verder te gaan dan alleen producten uit de regio te bieden. In 2025 willen we aantoonbaar klimaatneutraal voedsel aanbieden. Daar werken we vanuit twee projecten naar toe. Het eerste project gaat over de keten. Particuliere levering.JPGWat moeten we in de keten veranderen om deze circulair te krijgen. Dat betekent dat we op het individuele bedrijf, tússen bedrijven (bijvoorbeeld tussen akkerbouw en veehouderij) reststromen verminderen en ook de reststromen van onze verwerkers en consumenten weer terug gaan voeren naar de productiebedrijven. We willen de kringloop rondmaken.
Ook kijken we met bijvoorbeeld consumenten hoe ze het groenafval zelf kunnen verminderen en verwerken. Met de horeca en de Radboud universiteit willen we analyseren hoe zij het afval niet naar de DAR hoeven afvoeren, maar hoe ze dat zelf anders kunnen organiseren. Denk bijvoorbeeld aan eierschalen apart houden voor kalkbemesting.
Onze klanten hebben dan een veel sterker verhaal en kunnen zich anders profileren. Het scheelt ook kosten, misschien hoeft de DAR uiteindelijk nog maar één keer per maand komen.

Wat betekent die klimaatneutrale ambitie voor de producenten?
“In de landbouw betekent het dat we met ondernemers streven naar zo min mogelijk externe input zoals kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. We kijken met alle producenten en andere partners hoe we naar klimaatneutraal toekunnen werken. Zo’n 1,5 jaar geleden bespraken we dit met de ondernemers. Zij onderkenden de noodzaak wel en zien tegelijkertijd ook wel problemen. Dat gaan we samen uitzoeken.”

Community met burgers
Naast het project over de klimaatneutrale voedselketen loopt tegelijkertijd een tweede project. Gerard: “We willen toewerken naar een community met burgers. Zij worden partner in het hele traject dat die boer moet doorlopen. De klanten en burgers moeten uiteindelijk ook de prijs betalen voor de natuur, voor alle maatschappelijke diensten waar die boer zich voor inspant. De burger zou zich mede verantwoordelijk moeten voelen daarover. Niet alleen roepen dat dierenwelzijn zo belangrijk is, maar er dan ook voor betalen.”
“We willen straks na corona in gesprek met consumenten, onze partners – gemeenten Nijmegen en Lingewaard – en andere organisaties. Hoe gaan we die samenwerking aan een circulaire kringloop handen en voeten te geven en hoe stimuleren we dat de instellingen en bedrijven echt kiezen, bijvoorbeeld voor een ander kantine beleid. Ook moeten we slimme oplossingen bedenken voor die laatste onrendabele kilometer, bijvoorbeeld door te werken met afhaalpunten.
Als die COVID-19 er nu niet was geweest hadden we eerst een marktonderzoek gedaan en een bijeenkomst gehouden met een hapje erbij. Dat zijn stappen om die food community te bouwen.”

Even iets anders, jullie hebben de aanbesteding gewonnen bij Radboud Universiteit.
Gefeliciteerd! Wat houdt die deal in?

Gerard: “Dankjewel! Ja, dat is heel mooi. We leverden natuurlijk al wel bij de universiteit en ook het ziekenhuis, maar dat was op basis van goodwill. Dat krijgt nu structureel vorm met een contract voor de komende 4 jaar, uitlopend naar 6 jaar, over het beleveren van alle AGF voor de 6 restaurants die de universiteit heeft. Daarnaast zullen we op losse basis ook zuivel blijven doen.
Qua producten verandert er niet veel, misschien zijn de volumes net iets hoger dan voorheen. Het contract betekent vooral een veel meer structurele relatie en daarmee betere positie. Dat is voor ons beiden een goede uitstraling. Wij hopen op onze beurt dat deze structurele samenwerking ook effect heeft naar andere klanten.
Voor de universiteit is de duurzame profilering belangrijk. Samen gaan we aan de slag met de verdere verduurzaming van de keten, zoals ik eerder vertelde. De universiteit is voor ons daarin een mooie partner die wil werken aan duurzaamheid en minder voedselverspilling. Ook kunnen we onder studenten en medewerkers het verhaal vertellen en aan bewustwording werken. Misschien worden medewerkers en studenten straks ook wel als consument onderdeel van onze community.”

Tot slot, jullie hebben je ook aangemeld bij #SupportYourLocals, waarom?
Gerard: “Onze strategie is ons overal aan te melden waar dat kan. Als we kunnen meedoen om de bewustwording over regionale ketens te vergroten, dan doen we dat. SupportYourLocals laten ook mooi landelijk het geluid horen, dat is ook belangrijk.
Voor onze regionale schaal moeten we het vooral zelf doen. Het gaat ons niet om meer klanten op korte termijn. We hebben natuurlijk zelf al heel veel opgebouwd en dat moet stap voor stap verder groeien. In de B2B markt zijn succesvolle samenwerkingen onze belangrijkste marketing. Dat moet niet te snel gaan. Je moet het eerst kunnen waarmaken en dan komen ook weer nieuwe klanten. Dat geldt ook voor onze consumentenmarkt. Het is mooi dat dat geen gekke bewegingen kent, maar gestaag groeit. Zo kunnen we langzaam meegroeien en zorgen dat het goed loopt.”


Door het huidige momentum zijn er veel initiatieven die nu de consumentenmarkt bedienen. Heb je voor hen nog adviezen?

“Ja, het is heel goed dat initiatieven het huidige moment gebruiken, laat me dat voorop stellen. Maar ik zie ook al jaren dat veel initiatieven onderschatten hoe complex het is om zelf voor de korte keten te leveren. Of het nou om individuele boeren gaat of samenwerkingen, je moet een hele grote move maken in je hoofd. Je bent elke dag opnieuw zelf verantwoordelijk dat het product klopt en alles er omheen. Er is een hele grote service nodig, bijvoorbeeld bij instellingen. Je moet ontzettend klantgericht zijn en dat niet 1 dag, maar 365 dagen per jaar. Bestellingen moeten dag in dag uit op tijd klaar staan en we moeten telkens inspelen op vragen van de klant. Dat lijkt makkelijk, maar vraagt een geweldige discipline.
Ook valt vaak tegen hoe lang de aanloopfase duurt. Die markt opbouwen gaat erg langzaam. Ook adviseer initiatieven vaak om – als het kan – niet zelf nieuwe verkoopsystemen te ontwikkelen, maar gebruik te maken van bestaande of samenwerkingen te zoeken. Anderen hebben hier al jaren lang ervaring mee opgebouwd.”

Van mondiaal weer naar regionaal voedselsysteem
“Ik hoop dat deze heftige COVID-19 bijdraagt aan de bewustwording onder consumenten en organisaties dat ze niet meer afhankelijk moeten willen zijn van het mondiale voedselsysteem met alle nadelen van dien. We moeten toe naar een model waarbij we meer verbinding hebben met de regio, met het eten, met lokale ondernemers en waarbij gezondheid en kwaliteit van producten centraal staan. Dat vraagt ook van ons een hele lange adem, maar we blijven stap voor stap verder bouwen aan dit duurzame regionale systeem”.

Contact: www.oregional.nl